vrijdag 15 juni 2012

Maak kennis met...

In Amsterdam staat veel leeg. Het gaat om panden waar voor kortere of langere periode geen invulling voor is. Om de risico's van leegstand te vermijden, schakelen pandeigenaren Zwerfkei in om verantwoordelijke tijdelijke beheerders in deze panden te plaatsen. Graag stellen we een aantal van hen aan je voor.
Maak kennis met Job Romijn.

Ik ontmoet Job in zijn woonruimte op 
de bovenste verdieping van het voormalige gemeentearchief in de Diamantbuurt. Oorspronkelijk was dit het raadhuis van de gemeente Nieuwer Amstel (tegenwoordig Amstelveen), maar mettertijd werd het door Amsterdam opgeslokt. Het imposante gebouw, dat aan de voorzijde uitkijkt over de Amstel, biedt momenteel onderdak aan een aantal creatieve ondernemingen en daarnaast dus aan Job. Hij woont op de zolder, in een grote ruimte die ook dienst doet als werkplek. 

Ik vraag hem naar zijn bezigheden.

“Ik doe veel verschillende dingen. Ik ben eigenlijk een innovatieve probleemoplosser. Ik help mensen met allerlei problemen, in allerlei situaties. Dat komt een beetje voort uit het gegeven dat ik niet zo van zekerheid, van voorspelbaarheid houd. Ik noem dat sleur.”
Antikraak is dan ook echt wat voor Job. Toen hij eenmaal in een ongewoon pand had gewoond (een voormalig bankgebouw), was hij verkocht. 
“Toen heb ik meteen gezegd: ‘Doe mij voortaan maar rare panden. Ik wil geen woonhuis meer.’ Ik vind het helemaal geweldig. Je kan de dingen zelf indelen. In dit soort ruimtes bijvoorbeeld...” Hij maakt een wijds armgebaar. “In zo’n grote ruimte kun je zelf bepalen hoe of wat. Terwijl een woonhuis meestal een vaste indeling heeft. Sommige mensen willen per se een goede douche en een badkamer en een keuken. Dat vind ik allemaal minder belangrijk.”

De verzameling koffers is een handige verhuishulp.
Job helpt zogezegd mensen. Desgevraagd licht hij dit toe.
“Ik help alles en iedereen. Particulieren leveren meestal geen geld op, dus af en toe help ik een bedrijf. Daarmee verdien ik dan geld en kan ik weer allerlei andere dingen doen.”
Zijn laatste opdracht was voor een bedrijf dat zich bezighoudt met natuursteen. Dit bedrijf klopte in januari bij hem aan met de vraag een weggevertje te bedenken voor op een beurs. Hij ging met hen in gesprek en al snel bleek dat Job nog veel meer voor ze kon betekenen. Hij bedacht, naast het weggevertje, 
een manier van presenteren die beter aansluit bij de klant en hielp bij het ontwerp van de standVoor de afgelopen Provada schakelde het bedrijf Job opnieuw in om mogelijke problemen voortijdig te tackelen. Daarnaast bedacht hij een nieuwe slogan die beter past bij de identiteit van het bedrijf en stond zelf klanten te woord op de beurs.

Ik ben benieuwd of Job veel connecties heeft die hij voor dit soort klussen aan kan spreken.
“Ik ben eigenlijk een soort uitvinder en als ik geen opdracht heb, ben ik aan het rondkijken, dingen aan het verkennen en aan het ontdekken. Ik ben altijd wel op zoek naar iets voor één of ander project.  Een technisch dingetje dat dan weer niet bestaat of niet te vinden is. Maar dan kom ik allerlei dingen tegen die er op lijken. Op het moment dat ik dan zo’n vraag krijg van een bedrijf, weet ik wel waar ik moet zijn.”
Oude postzakken doen dienst als zitzak.

Job is dus uitvinder. Ik vraag hem hoe hij dat zo is geworden. Hij vertelt dat hij afgestudeerd is aan de TU Delft in Hoogspanningstechniek. (“Dat vond ik ook heel leuk, lekker in zo’n laboratorium met bliksem spelen.”) Dat wereldje bleek echter niets voor hem: het was hem te rustig en vernieuwing kwam te langzaam.
Job was altijd al bezig met allerlei projecten, concepten aan het uitdenken. Hij wilde graag iets met die creativiteit doen, maar wist niet goed wat. Hij ging op zoek naar een bedrijf dat hem om zijn creativiteit in dienst wilde nemen, maar omdat hij zijn kunnen nog niet echt kon aantonen, bleek dat lastig. Hij begon boekjes bij te houden met ideeën en bouwde een portfolio op. Vervolgens werd hij gelijktijdig aangenomen op de Design Academy, voor de master Experience Design, op de Hallo Academie voor conceptdenken en communicatie en op de Rietveld Academie.
Dus toen had ik de keuze. Ik kon geen bedrijven vinden waar ik mijn ei kwijt kon, want die vond ik allemaal te "bedrijvig" en te weinig klantgericht. Totaal niet creatief, dat viel me erg tegen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om tegelijkertijd de Hallo Academie en het Rietveld oriëntatiejaar te gaan doen. Dat is erg goed bevallen.

Na dit jaar werkte hij in eerste instantie vooral als kunstenaar.
“Ik maakte echt van alles. Had heel veel ideeën, bedacht concepten en soms werkte ik dat uit. Maar uiteindelijk kwam ik er achter dat wanneer ik iets moois maak, ik dat ook ergens moet ophangen of neerzetten en de ruimte waarin vind ik heel vaak niet mooi. Alles er omheen vind ik lelijk. Dat moet dan allemaal veranderd worden, om het meer mijn ding te maken. Lelijke dingen worden nog lelijker als je er iets moois naast zet. Dat ging me irriteren. Ik bedacht dat ik eerst al die dingen moet veranderen, pas dan kan ik weer het verhevene gaan maken. 'Zinloze' kunst. Dus daar ben ik nu mee bezig, ik ben alles wat je dagelijks nodig hebt aan het veranderen; versimpelen en daarmee essentiëler en dus mooier maken.

Vanuit zijn ruimte kijkt Job uit op de klokkentoren.
Nieuwsgierig naar Job’s geschiedenis bij Zwerfkei, vraag ik hem hoe hij bij ons  terecht gekomen is. Hij vertelt dat hij samenwoonde, maar dat de relatie op een gegeven moment spaak liep: één van hen moest het huis uit. Job had al antikraak gewoond en was wel toe aan wat avontuur. Hij stapte binnen bij een makelaar en vroeg met welk antikraakbureau het bedrijf werkte. Men verwees hem door naar Zwerfkei. Hij ging op gesprek en kreeg snel een woning toegewezen.
“Dat was aan de Waldeck Pyrmontlaan. Het was net voor kerst en er moest maar vijf weken op de woning gepast worden voor de nieuwe eigenaren. Die waren bang dat er tussen Kerst en Oud & Nieuw misschien problemen zouden komen. Er zat niets in de woning, alleen een badkamer. Ik heb wat spullen gepakt; een matras, een stoel en een tafel, zoals dat officieel hoort en ben er direct naartoe verhuisd. Een verademing, zo'n leeg huis!
Na dit huis kwam ik terecht in een bankgebouw aan de Herengracht. Helemaal fantastisch! Marmeren vloer, tromp-l’oeil schilderij in de gang, alsof er een tweede gangetje zat, een schuilbunker in de tuin. Ik zat op een verdieping van voor tot achter, ik had zo'n 200 vierkante meter aan de gracht. Geweldig!”

Toch is dit bankgebouw voor Job niet het mooiste pand dat hij heeft bewoond. Dat is namelijk het Nieuwe de la Mar Theater, waar hij een paar maanden woonde voor het verbouwd werd. Hij gebruikte de voormalige artiesteningang als entree en via een raar gangetje kwam hij dan in zijn woonruimte: de theaterzaal. Die was nog helemaal intact, compleet met podium, stoelen en gordijnen. Midden op het podium stond zijn bed. Hij noemt het de meest fantastische ruimte ooit.
“Het grappige is: je gaat je ook anders gedragen. Je voelt je op de een of andere manier toch een beetje bekeken. Je wordt je nog bewuster van de manier waarop je dingen doet. Dat paste heel goed bij mij op dat moment, het voelde nooit gek.”

Job maakte wel vreemde dingen mee in het pand. Zo hoorde hij eens een soort spook. Op een hoogte waar dat eigenlijk niet kon, omdat er niets zat, alleen lucht, nam hij gebonk waar. Ook maakte hij kennis met een Amsterdamse dakenklimmer.

Job bekleedde wat wanden met wit camouflagenet.
“Ik zag 's nachts een man op het dak en dacht eerst dat hij wilde inbreken in het American Hotel erachter, maar hij had helemaal niets bij zich. Ik maakte een foto van hem en was de politie al aan het bellen, toen hij over de daken en via een noodtrap naar beneden verdween. Drie maanden later woonde ik in het hotelletje waar die noodtrap bij hoorde. Ik kwam een keer thuis en zag op straat diezelfde man lopen, in exact dezelfde kleren. Ik zette snel mijn spullen weg en ging achter hem aan. Ik dacht dat hij café De Smoeshaan in ging, maar daar bleek hij niet te zijn. Het barpersoneel had hem ook niet gezien. Maar ik wist: hij is daar ergens! Ik wilde weten hoe het zat. Ik ben terug gegaan naar het hotel en heel stilletjes, zonder de lichten aan te doen, door de achterdeur de noodtrap op gegaan. Ik hoopte de man op het dak te zien en zo te achterhalen wat hij nou aan het doen was. Een paar minuten later hoorde ik ineens: “kloenk kloenk kloenk”. Voetstappen op de noodtrap! Er kwam iemand omhoog richting het dakje waar ik op stond. Op dat moment kon ik niet meer stilletjes weg. Er kwam iemand boven en het bleek die man te zijn. Ik stak mijn hand naar hem uit en zei: ‘Hallo, ik ben Job.’ Hij viel bijna van de trap van schrik, maar stelde zich ook aan mij voor. We raakten aan de praat en hij legde uit wat hij hier nou eigenlijk deed. Het bleek dat hij door heel Amsterdam voor zijn plezier op daken klimt, omdat hij graag het hoogste punt van gebouwen opzoekt. Interessant vond ik dat.
Later zat ik eens op het terras van De Smoeshaan een vriendin over dit voorval te vertellen en terwijl ik met mijn verhaal bezig was, kwam hij weer langs lopen. Dat was erg grappig. Het zijn de avonturen die het leuk maken.”

Op sommige delen van de zolder waan je je in een molen.
Dat Job van avontuur houdt, blijkt ook wel uit de panden die hij nog op zijn verlanglijstje heeft staan. Zo zou hij graag nog eens in een bunker wonen. Omdat ze onverwoestbaar zijn, op rare plekken staan en je een panoramisch, maar gekaderd uitzicht hebt door de schietgaten en observatiespleten. Zou zo’n ruimte hem niet beklemmen?
“Nee. En anders zou ik er gewoon een kas naast bouwen, dan heb je een donkere en een lichte ruimte.”
Ook een schip en een kerk spreken hem wel aan. Eigenlijk is hij wel te porren voor elk ongewoon pand, ook als er weinig voorzieningen zijn. Daar schuilt dan weer de uitdaging in.
“In de panden waar ik woonde, was de verwarming vaak oud en regelmatig stuk, dus ik ben wel wat gewend. Een douche is wel fijn, maar ook een periode zonder douche is te overbruggen. Ik heb in het pand hiernaast gezeten en dat is een monument, dus er mag niet zomaar iets veranderd worden. Het zou maar drie maanden duren en voor die korte tijd werd geen douche geplaatst. Ik was toen twee keer per week bij een duikvereniging, een keer per week in buitenwater en ik zat veel bij vrienden, dus dat ging wel een tijdje.  Maar op een gegeven moment, toen het langer duurde, heb ik wel een nooddouche gemaakt met een drukvat, zodat ik in ieder geval iets kon. Douchen is toch wel een heel prettige activiteit.”
Ondanks zijn flexibiliteit, vindt Job de onzekerheid wel een nadeel als hij op vakantie gaat. Als je naar het buitenland vertrekt hoop je dat je niet tijdens je vakantie hoeft te verhuizen. Dan moet je of terugkomen, of vrienden inschakelen. Ook noemt hij onaangekondigde bezoekjes van makelaars, die in het verleden wel eens voorkwamen, onprettig. Maar de nadelen wegen voor hem niet op tegen de voordelen.

Aangezien Job inmiddels een doorgewinterde antikraker is, ga ik ervan uit dat hij een slim systeem heeft bedacht voor het verhuizen. Hij beaamt dit. Wijst naar zijn meterslange bureau/tafel.
“Ja, kijk: de tafelbladen (van karton – red.) zijn superlicht. De bakken waar ze op leunen zijn eigenlijk al ingepakt. Als ik ga verhuizen, hoef ik er alleen nog maar een spanband overheen te doen. Voor mijn kleren heb ik een paar hele grote tassen. Ik pak alles van het rek en gooi het in die tassen. Die rekken schroef ik uit elkaar met een paar vleugelmoertjes. Ik probeer alles gewoon zo licht en verhuisbaar mogelijk te maken. Het regelmatige verhuizen helpt mij om alles lean and mean te houden, ik sjouw geen onnodige ballast mee.
Sommige mensen wel, hoor! Ik heb mensen gezien die op de Keizersgracht eikenhouten bankstellen naar de vierde verdieping gingen slepen, koelkasten van twee meter hoog, wasmachines... Ik stond er echt met verbazing naar te kijken. 
Sommige mensen haken snel af bij antikraak. Het verhuizen en makelaars die langskomen vinden ze onhandig. Het vraagt natuurlijk ook wel wat flexibiliteit. Er is altijd wel iets onhandigs aan zo'n pand en er zijn lekkages en storingen aan installaties zoals verwarming, elektriciteit, brandmelder, etc. Dus je moet echt een beetje verantwoordelijkheidsgevoel hebben en problemen signaleren, melden en/of zelf oplossen. Als je dat niet leuk vindt, kun je beter geen antikraak doen.
Bij een groot pand komt een grote sleutelbos.
Ik vraag Job hoe belangrijk de ruimte voor hem is.
“Erg belangrijk. Veel mensen hebben behoefte aan zoveel mogelijk mensen om zich heen, die zoeken dat ook op. Ik heb dat af en toe, maar ik heb soms de behoefte me even helemaal terug te trekken. Dan vind ik zo’n grote ruimte als dit echt geweldig. Je kunt van alles doen, zonder dat je je opgesloten voelt en dat is eigenlijk hetgeen ik het meeste waard vind. Soms woon je wel eens in een hele kleine ruimte, maar als je dan een beetje uitzicht hebt, vind ik het ook prima. De ruimte moet èrgens zitten. Binnen of buiten, dat maakt niet uit. Maar je moet hem kunnen zien en daardoor ervaren. Als dat kan, ben ik helemaal blij. En ik vind het ook leuk om helemaal boven in panden te zitten. Dan ontstijg je toch een beetje het alledaagse gedoe. Het is hetzelfde als je met een bootje over de grachten vaart. Het is een heel andere dimensie qua snelheid. Op straat moet je goed opletten, er gebeurt van alles, er is veel herrie, het is druk. Als je op het water zit, is het allemaal veel rustiger. Je ziet wel alles, maar je ziet de dingen op een andere manier. Dat heb je ook als je hoog woont. Dan beweegt alles van meer afstand en dus trager. Dat is erg mooi.”

Job geeft me tot slot nog een rondleiding over de verdieping. Over avontuur gesproken! We gaan een deur door en komen uit op een klein halletje, waar een douche staat. Tussen de douche en de wand zit een kier, waar we doorheen gaan. We komen terecht in een lage ruimte vol buizen en pijpen. Het ronkt en bromt er, het ruikt stoffig en een beetje naar machines. Ik kan hier, met mijn 1.60 meter, net niet rechtop staan. Voor Job, die twee meter lang is, is het dus nog een stuk lastiger om zich voort te bewegen. Halverwege de ruimte, aan de rechterkant, zit een deur. Job opent hem en het daglicht stroomt naar binnen. Tot mijn verbazing staan we ineens aan een dak. Rechts kijken we vanuit de buitenkant op Jobs ruimte, aan de linkerkant zie we in de hoogte de klokkentoren van het pand. Prachtig! 

A room with a view...
We gaan weer naar binnen en vervolgen onze weg tussen de buizen. Aan het einde van het vertrek zit weer een deur, ditmaal een ouderwetse van zwart geschilderd metaal, die opent met een grote metalen hendel. We komen in een grotere, hogere ruimte met veel hout: houten wanden, houten balken en houten trappetjes. Het doet denken aan het interieur van een molen. We klimmen een ladder op en lopen over een ongelijke vloer naar het andere einde van het pand. Geregeld moeten we bukken voor dikke dwarsbalken. We komen opnieuw bij een trap en beklimmen deze. Hij komt uit op een klein en donker rond plateautje, waar we nogmaals een ladder vinden, hoger en steiler dit keer. Wederom klimmen we naar boven en nu komen we terecht in een nog kleinere ronde ruimte. We bevinden ons nu in de klokkentoren. De klok, die zich boven ons hoofd bevindt, slaat op dat moment drie keer. In het zachte bruine hout rondom zijn talloze namen en jaartallen gekrast door mensen die ons voorgingen. Maar het mooiste moet nog komen. Job schuift een klein raampje vanaf de vloer een stukje omhoog en zo kunnen we de smalle balustrade om de toren op. Voorzichtig klimmen we naar buiten en dan blijken we ons tientallen meters boven alles in onze omgeving te bevinden. Het uitzicht is adembenemend. Ik kijk naar beneden, naar de kleine mensjes op straat, de miniatuurfietsjes en Madurodam-autootjes. Het is een beetje onwerkelijk en alles daar beneden schijnt erg ver weg. Het klopt, wat Job zegt: het lijkt inderdaad allemaal wat langzamer te gaan. En het is mooi. Heel mooi.

Contact met Job? 
http://www.bedenker.com/

donderdag 10 mei 2012

Maak kennis met...


In Amsterdam staat veel leeg. Het gaat om panden waar voor kortere of langere periode geen invulling voor is. Om de risico's van leegstand te vermijden, schakelen pandeigenaren Zwerfkei in om verantwoordelijke tijdelijke beheerders in deze panden te plaatsen. Graag stellen we een aantal van hen aan je voor.
Maak kennis met Barbara van der Zanden.

Barbara ontvangt me in haar atelier op de begane grond van een voormalig buurtcentrum in de Schinkelbuurt. De ruimte is licht (de metershoge voorzijde bestaat bijna geheel uit glas) en door de aanwezige stoffen in allerlei patronen behoorlijk kleurrijk. Op grote rekken hangen kledingstukken in diverse stadia van gereedheid. Het uitzicht mag er wezen: het hoekpand kijkt uit over het kabbelende water van de Schinkel.

Barbara heeft haar eigen kledinglabel en gebruikt het atelier om haar collecties te ontwerpen en maken. Haar creaties worden verkocht in een aantal winkeltjes in Amsterdam, Utrecht en Eindhoven. Als een kledingstuk goed verkoopt, laat ze het in een grotere oplage maken in een naaiatelier in Roemenië. Dit is een recente ontwikkeling. Voorheen werd ieder kledingstuk eigenhandig door haar gemaakt, sinds een jaar laat ze produceren. Het is een grote stap vooruit voor haar onderneming, maar het brengt ook veel stress met zich mee. 
“Ik dacht dat het vooral lastenverlichting zou betekenen, omdat ik niet meer alles zelf hoef te maken, maar er komt ontzettend veel bij kijken.” 

Het atelier ligt vol met verschillende stoffen. 
Barbara vindt het nog steeds een beetje eng om een deel van het proces uit handen te geven. Je investeert veel eigen geld, alles moet voorgefinancierd worden en dan is het nog maar de vraag of je het terugverdient. Èn of je de stukken goed terugkrijgt.
“Laatst had ik een doos met 75 jurken waarvan de mouwen er allemaal verkeerd om ingezet waren.” Ze lacht. 
“Ja, dan krijg je natuurlijk de discussie wiens fout het is. Op wiens kosten moet het hersteld worden? En dan: hóe moet het dan hersteld worden? Want als ze in eerste instantie hun eigen inzicht gebruiken om het te herstellen, krijg ik het terug en is het weer niet goed. Uiteindelijk heb ik er zelf maar gewoon een mouw er in gezet, kijk: zo moet het. Dat houdt me wel bezig!”

Het zoeken naar praktische oplossingen is Barbara bepaald niet vreemd. Ze studeerde natuurkunde en promoveerde op onderzoek naar zonne-energie. 
“Vroeger wilde ik de wereldproblematiek oplossen. Later werd dat wat genuanceerder en wilde ik een bijdrage leveren aan de energieproblematiek. Na mijn promotie heb ik bij een bedrijf gewerkt dat de door mij onderzochte techniek op de markt ging brengen. Toen er een fabriek gebouwd werd en ik een soort managementfunctie kreeg dat niet mijn ding was, dacht ik: ‘Ik heb mijn missie al volbracht, dus ik mag nu gaan spelen.’”  

Toen Barbara zes was, kroop ze al achter de naaimachine. Dit was een “geheim genot”: haar moeder vond naaien zonde van de tijd en dus deed Barbara het een beetje stiekem. Hoewel ze vroeger nooit overwoog om met naaien haar geld te verdienen, is dat precies wat ze ging doen, nadat ze haar baan had opgezegd. Zodra ze die knoop had doorgehakt, ging het ook direct lopen. Winkels wilden haar stukken graag verkopen en ze werd gevraagd kleding te ontwerpen voor Hind, die mee zou doen aan het Eurovisie Songfestival. Al vrij snel kon ze leven van haar kleding. Dit bevestigde haar in de overtuiging de juiste keuze gemaakt te hebben.

Barbara gebruikt haar atelier om te samplen: ze ontwerpt en naait er alle nieuwe kledingstukken. Alle patronen tekent ze ook zelf, door haar technische achtergrond gaat dit haar makkelijk af. Ze geeft er daarnaast naailessen. 
“Ja, dat is eigenlijk begonnen met een groepje vriendinnen dat wilde leren naaien. In mijn vorige atelier via Fusion (een jongerenorganisatie) mocht ik gratis gebruik maken van de ruimte, als ik jongeren naailes aanbood.  Toen ben ik begonnen met het geven van een cursus voor jongeren. Toen ik in mijn huidige ruimte terecht kwam, maakte de leeftijd van de deelnemers niet meer uit en kon ik ook mijn vriendinnen uitnodigen. Die waren helemaal blij!
’s Avonds, als het buiten donker is en binnen licht, heb je vanwege het vele glas veel inkijk. Vaak kwamen 
buurtbewoners binnenlopen: ‘Oh wat is het hier gezellig, mag ik ook meedoen?’”
Het merendeel van de cursisten is buurtbewoner, ze wonen in de straten rondom het atelier. 
“Ik heb echt een beetje de functie van het buurtcentrum overgenomen. Toen ik hier net was ingetrokken, zat ik eens te werken met de deuren open. Ineens kwam er iemand binnen rijden op een brommer met zo’n bak ervoor. Wroem! Hij reed zo naar binnen! Ik keek hem verbaasd aan en hij zei: Ja, ik heb hier vroeger gewerkt!” Barbara lacht. “Dat was erg grappig. En zo is dus de buurt: die beschouwt dit als haar eigen plek. Vroeger werden hier ook naailessen gegeven en daarom dacht men ook wel dat mijn activiteiten een soort voortzetting daarvan waren. Ik heb hier zelf nog callanetics gedaan in de gymzaal. Het was ook míjn buurtcentrum, ik heb er zelf gebruik van gemaakt. Mijn atelier was destijds een soort koffiecorner, er stonden toen allemaal tafeltjes. Vandaar de keuken.” 

Achterin de ruimte, achter een bar met een blauw marmeren blad, staat tegen de muur een ware blikvanger. Een wandlange keuken met kersenhouten kastjes en dito keukenblad. Boven paarse tegeltjes zit over de hele lengte een smalle spiegel, daarboven hangen nog meer kastjes met bijzondere kopergeslagen deurtjes. De handvatten doen denken aan ouderwetse kloppers op een kasteelpoort. In de keuken is nu een regenboog aan glanzend garen gestald.



Barbara kwam via haar toenmalige vriend bij Zwerfkei Tijdelijk Beheer terecht. Hij had een aantal leegstaande panden en wilde graag informatie  over het inzetten van antikraak. Barbara vroeg hem ook te informeren naar de mogelijkheden voor een antikraak atelier. Zo kwam ze in het bestand van Zwerfkei. Haar mening over antikraak was toen al positief.
“Van jongs af aan al vond ik de maatschappij stom. Ik vond dat men de hele woningproblematiek echt helemaal verkeerd aanpakte. Ik heb toen ook wel eens gekraakt in Den Haag. Ik dacht: ‘Als de junks er gebruik van kunnen maken, mag ik er ook wonen.’ Maar eigenlijk was ik heel blij dat er met antikraak een manier ontstond waarmee je op een normale manier, dus in overeenstemming met de eigenaar, toch gebruik kon maken van die leegstand. Dus het was voor mij  ook wel beetje idealisme.” 
Dit is een opvallend uitspraak. Voor krakers bijvoorbeeld heeft antikraak juist helemaal niets met idealen te maken. Zij zijn bij wijze van spreken anti-antikraak. Barbara begrijpt dit niet.
“Twintig jaar geleden ging de kritiek misschien op, toen zag ik in Den Haag dat er hele grote panden waren waar dan maar twee mensen in zaten en dat was, gezien de hoge woningnood, inderdaad zonde van de ruimte. Ik weet niet hoe dat nu in Den Haag is, maar ik zie dat het hier (in Amsterdam – red.) heel anders is. Als hier iets antikraak beheerd wordt, dan zie je dat achter elk raam een lichtje  brandt. Het is niet zo dat er maar één iemand zit om de boel een beetje te beveiligen. Er wordt echt gebruik gemaakt van de mogelijkheden, dus het is een goede oplossing van het leegstandsprobleem.” 
Wat Barbara ook positief vindt aan antikraak, is de geringe vergoeding die voor een ruimte betaald wordt. Dit maakt het starten van een eigen onderneming laagdrempelig. Het geld dat ze verdient met haar kleding, investeert ze direct weer in de volgende collectie. Er blijft dus geen geld over om een hoge huur mee te betalen. Ik vraag haar of het haar ondernemen zou beïnvloeden als ze geen ruimte via Zwerfkei had.

Kleding gemaakt voor een nieuw project van Marcel Wanders.
“Dat zou artistiek gezien geen verschil maken. Ik zou geen andere dingen maken om meer geld te verdienen. Ik ben toch al bezig mijn bedrijf winstgevend te maken, dus daarin zou ik niets anders doen. Maar ik zou dan thuis moeten gaan werken, want ik heb nog niet de middelen om via reguliere huur een ruimte te nemen.” 
Van de nadelen van antikraak heeft Barbara tot nu toe nog niet echt last, ze zit namelijk al twee jaar in haar huidige atelier. De onzekerheid over de duur van het beheer en vervangende ruimte houden haar niet bezig. Omdat ze een eigen huis heeft, zal ze nooit op straat komen te staan. Hoewel het verre van ideaal zou zijn, zou ze in het uiterste geval haar spullen opslaan in een loods of box en van huis uit werken tot ze een andere ruimte had. 
“Ik zie natuurlijk wel op tegen de verhuizing, want die wordt steeds groter: ik ben steeds meer aan het verzamelen.” 
Voor de verhuizing zelf heeft ze geen systeem bedacht, ze ziet wel hoe dat te zijner tijd gaat. Aangezien ze een busje heeft waarmee ze spullen kan verplaatsen, maakt ze zich ook daarover geen zorgen. 
Als ik haar vraag of ze eisen stelt aan een vervangende ruimte, moet Barbara lachen.
“Wensen. Ik zou het wensen noemen en geen eisen. Wat ik van dit pand fijn vind, is dat ik aan de straat zit en een etalage kan inrichten, want daar krijg ik heel veel positieve reacties op. Laatst zat er een briefje in de bus waarop stond: “I can’t stop looking at your beautiful cloths”. Dat is natuurlijk heel leuk om te horen. Het is wel belangrijk dat de nieuwe ruimte licht is. Omdat ik heel veel met stoffen en kleuren werk, kan ik niet op een plek zitten waar ik altijd met kunstlicht moet werken, dat werkt niet.”
Ze spreekt haar voorkeur voor een vergelijkbare buurt, waar de interactie met de bewoners goed is. “Zoals dat hier is, is echt ideaal. Ik ben heel blij dat ik hier al twee jaar kan zitten. Ik vrees dat het nooit meer zo mooi wordt als ik het nu heb! 

"Waarover ik wel droom, is dat jullie tegen die tijd misschien een winkelpandje hebben. Dat zou ook super leuk zijn. Dan kan ik meer geld binnenhalen, mijn zaak echt een boost geven en ben ik binnenkort uit de antikraak.” 
Het is voor Barbara een doel om uiteindelijk niet meer antikraak te zitten. 
“Omdat toch de kans bestaat dat je ergens terecht komt op een industrieterrein. Dan wil ik de keuze hebben om een plek te huren zoals dit. Als ik deze ruimte zelf zou kunnen betalen, zou ik wel willen blijven. Tot die tijd moet ik het doen met wat me wordt aangeboden.”

Op de begane grond, in de gymzaal, zit een aantal kunstenaars. Met hen heeft Barbara goed contact. Het is erg gezellig. En ook praktisch: als ze een boor nodig heeft, kan ze die bij hen lenen. En omgekeerd: als zij iets nodig hebben, heeft Barbara dat vaak. Ze kan zich goed voorstellen dat er kruisbestuiving plaats zou vinden met medegebruikers.
“Absoluut! Deze mensen houden zich echt bezig met kunst, terwijl ik vooral een onderneming heb. Dat sluit niet helemaal op elkaar aan, maar als ze iets hadden gedaan dat meer op mijn vakgebied ligt, zou kruisbestuiving zeker plaatsvinden. 
De jongen die hierboven woont heeft mijn Facebookpagina opgezet. In ruil daarvoor heeft hij bij mij een jurk voor zijn vriendin uitgezocht. Zo help je elkaar.”

Als Barbara het aanbod zou krijgen om met vergelijkbare ondernemingen een pand te gaan delen, zou ze dat op dit moment niet doen. Haar huidige atelier bevalt haar gewoon te goed. Ze geniet erg van het uitzicht over het water en van het feit dat ze onderdeel van de buurt is. 
“Ik denk dat ik dat nu belangrijker vindt dan samenwerken. Ik kende dat helemaal niet, dat je echt ín een buurt zit. Ik vond het eerst juist fijn van Amsterdam dat je anoniem kunt zijn. Ik kende net aan mijn directe buren, de rest niet. Nu heb ik een soort van publieke functie in de buurt en ik vind het heel leuk om dat te ervaren. 
Aanvragen voor naailes neemt Barbara voorlopig niet meer aan.
Voor een volgend pand zou ik het wel leuk vinden als er meer interactie met collega’s mogelijk was. Maar nog belangrijker vind ik dat ik in een volgend pand naailessen kan blijven geven in de avonduren. Ik heb gemerkt dat ik dit echt erg leuk vind. Ik heb goed contact met de meiden van de naailes, na een hele dag alleen en in stilte gewerkt te hebben, is het heerlijk om
’s avonds gezellig met thee en koekjes te kletsen. Ik kan doen wat ik het leukst vind, namelijk naaien en dat delen met anderen die dat ook leuk vinden. Een vriendin van mij zat in een pand met een portier, waar iedereen elke avond om 19:00 uur uit moest. Dat zou niets voor mij zijn. Ik werk vaak ’s avonds en ’s nachts, dus ik moet me vrijelijk in en uit kunnen bewegen. Juist als ondernemer is die vrijheid heel belangrijk. In de avonduren ben ik het meest productief, ik moet er niet aan denken dan thuis op de bank te zitten! Wat moet ik dan?” Ze lacht. “Soms komen er ’s avonds buurtbewoners langs als ze hun hondje uitlaten en dan kloppen ze op het raam: ‘Maak je het niet te laat meid? Niet zo hard werken hoor!’ Die betrokkenheid is heel fijn.”

Zien wat Barbara maakt? Kijk op http://www.bvdz.eu 

dinsdag 17 januari 2012

Water for Life 24/7 Project

Zwerfkei Tijdelijk Beheer stuurde afgelopen kerst, evenals vorig jaar, geen kerstkaarten. In plaats daarvan hebben we geld geschonken aan een goed doel.

Rotary International is een wereldwijde organisatie, die tot doel heeft beroepsleiders en leiders uit de zakenwereld samen te brengen. Om humanitaire diensten te verlenen, ethische standaarden in alle beroepen te verhogen en bij te dragen aan de opbouw van goodwill en vrede in de wereld. Rotary International wordt gevormd door lokale Rotary Clubs, Rotary Club Eastern Seabord is zo´n lokale afdeling.

Op 3 januari jl. werden tijdens de nieuwjaarsreceptie de projecten van Rotary Club Eastern Seaboard gepresenteerd. Alle leden, waaronder onze commercieel directeur, waren aanwezig. Na een toast op het nieuwe jaar werd de receptie geopend. De leden vertelden vervolgens over de verschillende lopende projecten.

Eén daarvan is het Water for Life 24/7 project. Dit project voorziet in draagbare waterfiltersystemen, waarmee vervuild water gezuiverd wordt. De filters worden gekocht voor Thai die, als gevolg van de ernstige overstromingen, geen beschikking hebben over schoon drinkwater. De Water for Life filters bevatten een zogenaamd dual membrane ceramic filter, waarmee 99,9999% van de bacteriën uit het water gehaald kunnen worden, waaronder e-coli, staphylococcus, salmonella, cholera en legionella.

Namens Zwerfkei Tijdelijk Beheer overhandigde onze commercieel directeur een cheque aan Rotary Club Eastern Seabord voor dit project. Zwerfkei doneerde een bedrag waarmee filtersystemen kunnen worden aangeschaft voor 100 Thaise gezinnen.




Zwerfkei bedankt haar relaties voor de verstuurde kerstkaarten en attenties!


www.youtube.com/waterforlife
www.rotary-es.org
www.zwerfkeibeheer.nl

dinsdag 15 november 2011

Verwarming

Nu het kouder wordt, verplaatst de aandacht zich van de warmte buiten-, naar de warmte binnenshuis.

Gaskachel
Veel Amsterdamse woningen worden nog verwarmd met een gaskachel. Een gaskachel verwarmt snel en is sfeervol, maar het gebruik ervan vraagt wel wat zorg. Waar moet je op letten?

• Laat een gaskachel altijd door een professional aansluiten. Het lijkt eenvoudig, maar een kleine fout kan ernstige gevolgen hebben.
• Zorg altijd voor voldoende ventilatie! Een gaskachel verbrandt gas en daarbij komt vaak koolmonoxide vrij. Dit geur- en kleurloze gas is giftig en kan dodelijk zijn. Het is daarom belangrijk voor voldoende frisse lucht te zorgen. Plaats voor de zekerheid een koolmonoxidemelder.
• Zet in verband met brandgevaar geen rekjes met wasgoed voor een gaskachel. Hang er ook geen textiel overheen. Door de hitte kunnen dit soort materialen ontbranden. 
• Laat een gaskachel eens per jaar door een vakman controleren, schoonmaken en eventueel afstellen.

De aandachtspunten die gelden voor een gaskachel, gelden ook voor geisers, met name wat betreft ventilatie. Ook met deze apparaten is voorzichtigheid geboden.

CV-ketel
Een CV-ketel geeft minder risico´s, maar behoeft ook aandacht.

De waterdruk, af te lezen op de zogenaamde manometer, moet tussen 1 en 2 bar zijn. Is de waterdruk te laag, dan kun je problemen met je verwarming verwachten. Gelukkig kun je hier zelf iets aan doen. Het bijvullen van een ketel is redelijk eenvoudig. Op internet zijn tal van instructiefilmpjes te vinden. Bijvoorbeeld hier. Ook publiceren fabrikanten van ketels vaak handleidingen online.


Wanneer de radiatoren van een verwarming een tikkend geluid maken, zit er teveel lucht in en moeten ze ontlucht worden. Je ziet hier hoe je dit doet.

vrijdag 12 augustus 2011

De Amsterdamse Antikraker

Zwerfkei Tijdelijk Beheer is al meer dan dertig jaar werkzaam als leegstandbeheerder in Amsterdam. We kennen de Amsterdamse vastgoedmarkt dan ook als geen ander. We weten wat er speelt en hoe lokale regelgeving in elkaar steekt. Door de jaren heen hebben we een groot netwerk van zakelijke relaties opgebouwd, waarmee we goede contacten onderhouden. Ook hebben we een uitgebreid bestand met bewoners en potentiële bewoners. Sinds de start van ons bedrijf hebben we zeker een paar duizend mensen voor kortere of langere tijd aan woon- of werkruimte geholpen. De Amsterdamse antikraker voelt zich thuis bij Zwerfkei en wij zijn blij met de Amsterdamse antikraker. Reden genoeg om eens te onderzoeken wie die Amsterdamse antikraker nou eigenlijk is.
Voor dit onderzoek stelden we een lijst op met vragen rondom een zestal thema’s: 

  • Persoonlijk
  • Werk en studie
  • Wonen
  • Amsterdam
  • Vrije tijd 
  • Overtuigingen

Via diverse online kanalen is het onderzoek aangekondigd en om medewerking gevraagd. Daarnaast hebben we ons eigen bewonersbestand benaderd. Een deel van de ingevulde vragenlijsten was onbruikbaar, omdat de respondent bijvoorbeeld niet in Amsterdam woonachtig is of niet antikraak woont. In totaal zijn 64 bruikbare vragenlijsten teruggekomen. Drieëntwintig exemplaren daarvan zijn ingevuld door vrouwen, eenenveertig door mannen.


Persoonlijk
De Amsterdamse antikraker is ambitieus! En creatief, sociaal, enthousiast en sportief. We vroegen de respondenten zichzelf in vijf woorden te omschrijven en deze eigenschappen vormden de top 5.



Daarnaast vinden veel deelnemers zichzelf vriendelijk, ondernemend en eerlijk. 
Dat de antikrakers creatief zijn, blijkt wel uit het aantal kenmerken dat door hen genoemd is. De deelnemers hebben zichzelf met maar liefst 77 verschillende eigenschappen omschreven. De meest uiteenlopende karakteristieken zijn voorbij gekomen. Van serieus, ondoorgrondelijk en moeilijk tot inspirerend, impulsief en lekker. De Amsterdamse antikraker is dus behoorlijk veelzijdig.


Werk en studie
Op drie na geven alle deelnemers aan te studeren of gestudeerd te hebben, dit betekent dat 95% van de antikrakers geschoold is. Van de huidige studenten, volgt het merendeel  een opleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Een aanzienlijk deel studeert buiten Amsterdam.


Bijna 90% van de ondervraagden werkt, al dan niet naast een studie.


Wonen
Gemiddeld woont de Amsterdamse antikraker, die bijna zevenentwintig is, sinds vier jaar antikraak in Amsterdam. De eerste antikraak woning werd dus betrokken op drieentwintigjarige leeftijd en daar kwam men via via terecht, meestal door een vriend of vriendin. De Amsterdamse antikraker heeft zo’n zes mensen in zijn of haar omgeving die ook antikraak wonen.
Voor veel antikrakers hangt de periode dat zij verwachten nog antikraak te wonen samen met hun inschrijving bij Woningnet. Ze geven aan antikraak te willen blijven wonen tot de inschrijfduur lang genoeg is om in aanmerking te komen voor een leuke sociale huurwoning. Andere redenen om niet langer antikraak te wonen zijn het beëindigen van de studie en het krijgen van een vaste baan, het kopen van een woning en het krijgen van een kind. Een enkeling geeft aan altijd wel antikraak te willen blijven wonen. Gemiddeld schatten de antikrakers in nog drie jaar antikraak te zullen blijven wonen. 


Vrije tijd
De Amsterdamse antikraker noemt zichzelf met recht sportief. Maar liefst 87,5% van de deelnemers geeft aan één of meerdere sporten te beoefenen. Fitness, hardlopen en zwemmen zijn populair. De verschillende sporten worden overigens niet overwegend in clubverband beoefend. Antikrakers mogen verder graag koken, lezen, uitgaan en reizen. Ook muziek en films zijn een belangrijk onderdeel van hun leven. Vrije tijd wordt veelal doorgebracht met vrienden.  


Overtuigingen
Religie speelt niet een belangrijke rol in het leven van de Amsterdamse antikraker. Tien procent geeft aan religieus te zijn, slechts vier procent is actief in het belijden van zijn of haar geloof. Politieke overtuigingen zijn daarentegen sterker aanwezig. Bijna 80% heeft een politieke overtuiging, een vijfde is politiek actief. Het merendeel van de antikrakers heeft een voorkeur voor links. Opvallend is dat het merendeel van de linkse kiezers de politieke voorkeur niet nader definieert met een partij, maar uitsluitend ´links´ antwoordt.

De Amsterdamse antikraker is niet alleen aardig links, maar ook aardig groen: 

  • 54% is overtuigd milieubewust
  • 26% is een beetje tot redelijk milieubewust
  • 17% is niet milieubewust 
  • 3% weet het eigenlijk niet 

Een beter milieu begint bij jezelf en de antikrakers noemen allerlei manieren  waarop zij hun steentje bijdragen.

Afval wordt ijverig gescheiden en men is zuinig met energie. Gezien de sportieve aard van de Amsterdamse antikraker, is het niet verwonderlijk dat ook het kiezen voor de fiets in plaats van de auto hoog scoort.


Amsterdam
Amsterdam is geliefd bij de antikrakers! De diversiteit en levendigheid van de stad worden hoog gewaardeerd, de deelnemers zeggen dol te zijn op de vrije mentaliteit van de mensen en de vele activiteiten die de stad biedt. De sfeer in de stad vinden de meesten erg goed. Amsterdam is gezellig! Men voelt zich er ook veilig: slechts zes procent van de ondervraagden geeft aan zich wel eens onveilig te hebben gevoeld.

Het culturele leven in Amsterdam wordt eveneens goed beoordeeld. Er is veel te doen en de kwaliteit van de mogelijkheden is goed. Hoewel: ‘Je moet het zelf een beetje opzoeken want het is gemakkelijk te blijven hangen in de après-ski kroegen.’  Een enkeling klaagt over vertrutting of vroege sluitingstijden. Over het algemeen is men echter tevreden. De onderstaande tabel laat zien waar de antikrakers verhoudingsgewijs het liefst uitgaan, bijvoorbeeld om te eten of te dansen. De Pijp en Jordaan zijn grote favoriet, daarna volgt het centrum.

Populaire uitgaansgelegenheden zijn Paradiso, Melkweg, Studio 80, Trouw en Bitterzoet, maar ook (buurt)kroegjes en festivals doen het goed.

Ondanks het goede dat Amsterdam te bieden heeft, zijn er ook irritaties. De antikrakers ergeren zich behoorlijk aan toeristen. ´Waarom lopen ze altijd op het fietspad?’ vraagt een deelnemer zich af. Ook de drukte, met name rondom het centrum, vinden veel antikrakers vervelend. 
Een ander punt van kritiek heeft betrekking op de Amsterdamse woningmarkt. Ruim dertig procent van de antikrakers vindt het onmogelijk vaste woonruimte voor een redelijke prijs te vinden. Een van de antikrakers schrijft: ‘Een normale woonruimte is gewoon niet te betalen. Wat wel te betalen is, is of in een slechte wijk, of te klein of helemaal verloederd. Ik zie voorlopig geen andere mogelijkheid dan antikraak wonen.’

Andere punten van onvrede bij de Amsterdamse antikrakers zijn:
  • fietsendiefstal
  • agressie in het verkeer
  • parkeren
  • afval en viezigheid op straat
  • duiven

Evenwel hebben de antikrakers aan Amsterdam hun hart verpand: tweederde van de deelnemers voelt zich een Amsterdammer. Een zeer ruime meerderheid van hen zegt bovendien volmondig ‘ja’ op de vraag of zij verwachten ook in de toekomst in Amsterdam te blijven wonen.




We willen graag alle deelnemende Amsterdamse antikrakers hartelijk bedanken 
voor hun medewerking!

vrijdag 15 juli 2011

Kraakpand Schijnheilig ontruimd, Zwerfkei plaatst antikraak

Eind 2009 kreeg Zwerfkei van het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf een gedeelte van een pand in bewaring aan de Passeerdersgracht. Dit voormalige schoolgebouw werd in 2002 door de Rijksgebouwendienst gekocht, met als doel het te betrekken bij de nabijgelegen rechtbank. De plannen voor uitbreiding van het gerechtshof gingen echter niet door. Het pand werd een aantal jaar tijdelijk gebruikt door achtereenvolgens een middelbare - en een basisschool. In oktober 2009 plaatste Zwerfkei op antikraak basis twee gebruikers op de begane grond van het gebouw. De basisschool die op dat moment nog gebruik maakte van de eerste verdieping, zou de komende  kerstvakantie geheel uit het pand vertrekken. Antikraak gebruikers -kunstenaars en kleine creatieve bedrijfjes- zouden direct daarna invulling gaan geven aan het pand. Op 7 januari 2010 nam de tweede lichting antikraak gebruikers lokalen op de eerste verdieping in gebruik als atelier. Op 8 januari werd de linker helft van de begane grond gekraakt door collectief Schijnheilig. De toegang naar de rechterhelft werd afgesloten. Het gekraakte deel werd in gebruik genomen als cultureel centrum, waar exposities, voorstellingen, debatten en andere activiteiten werden georganiseerd.

Vorige week werd kraakpand Schijnheilig ontruimd. De avond voor de ontruiming werd feestend afscheid genomen van het pand: de krakers vermaakten zich de hele nacht met een pyamaparty, waarbij luide muziek en grote hoeveelheden schuim, zoals gebruikt bij schuimparty´s, de boventoon voerden. Op de Passeerdersgracht was een barricade opgeworpen, waarachter zich in de vroege ochtend zo’n 200 mensen bevonden. De groep vormde een opmerkelijke verzameling. Veel in het zwart geklede personen, onherkenbaar door capuchons en om het gezicht gewikkelde sjaals. Een paar in bruidsjurk gehulde vrouwen, met een babypop in de armen, riep kreten als: ‘Ontruim ons niet, we hebben kinderen’. Een aantal anderen was hand in hand vastgeketend aan een olievat, dat vervolgens met cement was volgestort. De ontruiming begon rond zeven uur ´s ochtends.  De ME sommeerde de krakers een aantal keer te vertrekken. Toen hieraan geen gehoor werd gegeven, begon men de menigte naar achter te drijven, weg van het pand, in de richting van de Prinsengracht. De krakers gooiden verfbommen, glaswerk en schuimbommen naar de ME. Volgens de krakers gebruikte de politie onnodig geweld. Het merendeel van de krakers is opgepakt, een deel ervan zit nog vast, vanwege een weigering hun identiteit bekend te maken.

Het voorheen gekraakte deel is, net als de rest van het pand, voor antikraak in bewaring gegeven bij Zwerfkei. Kunstenaarscollectief De vereniging Amstellandkunst tekende een antikraakcontract en knapt de ruimtes momenteel op. De vijftien leden van het collectief zullen er hun werk gaan exposeren.

Burgemeester Van der Laan heeft naar eigen zeggen veel moeite gedaan om met de krakers van Schijnheilig een overeenstemming te bereiken. Vanuit de gemeente was er de bereidheid de krakers te laten blijven tot de verkoop van het pand. Volgens Van der Laan stelden de krakers echter teveel eisen, waar de onderhandelingen op stuk liepen. Zo wilden de krakers meebeslissen over het al dan niet accepteren van een toekomstig bod op het pand, op basis van “geschiktheid” van de geïnteresseerde partij. Daarmee wilden zij voorkomen dat het pand in het bezit komt van speculanten.

De gemeente en Zwerfkei zijn blij dat het gehele pand met antikraak nu een tijdelijke invulling heeft gekregen conform de bestemming. 

woensdag 22 juni 2011

Verstand van leegstand

Onlangs vond in de Wilhelmina Winkel in Amsterdam de 7e conferentie van Leegstand van Zaken plaats. Deze netwerkorganisatie organiseert workshops, congressen en brainstormsessies voor verschillende partijen op de vastgoedmarkt. Het doel is hen met elkaar in gesprek te brengen over innovatieve mogelijkheden op het gebied van vastgoedgebruik. In Amsterdam staat 1,3 miljoen vierkante kilometer kantoorruimte leeg. Onnodig, vinden de mensen achter Leegstand van Zaken. Leegstaand kantoorvastgoed heeft veel potentie, er moet alleen op een creatieve manier naar invullingen worden gekeken. De organisatie faciliteert de gelegenheid voor vakmensen uit verschillende betrokken disciplines om met elkaar tot nieuwe inzichten te komen en zo nieuwe vormen van rendement te ontwikkelen. Pandexploitatie anno 2011. 

Het thema van de 7e bijeenkomst is Tijdelijkheid. De deelnemers hebben verschillende, hoewel aan elkaar verwante achtergronden. Aanwezig zijn onder meer:

  • architecten, vanuit een architectenbureau dat zich richt op herbestemming en renovatie
  • vertegenwoordigers van verschillende advies- en/of ontwerpbureaus, onder andere op het gebied van bouwkunde, (bottom up) gebiedsontwikkeling en duurzaamheid 
  • projectontwikkelaars
  • planologen 

Zwerfkei neemt, als tijdelijk leegstandsbeheerder, ook deel aan de discussie. 

Leegstandsbeheer is op basis van tijdsduur te verdelen in drie segmenten: 

  • (zeer) tijdelijk beheer (eenmalige evenementen of projecten, van een dag tot een aantal weken of maanden)
  • semi-tijdelijk beheer (projecten van een aantal maanden tot een paar jaar)
  • beheer voor langere tijd (projecten die jaren duren) 

Vanuit de organisatie wordt bij aanvang de vraag gesteld of een sneeuwbaleffect gegenereerd zou kunnen worden, waarbij alle segmenten betrokken worden. Is het mogelijk voor een leegstaand pand of gebied een plan te ontwikkelen, waarbij een zeer tijdelijke invulling leidt tot iets dat voor een aantal jaar geëxploiteerd kan worden, waaruit iets voorvloeit dat voor een jaar of tien invulling geeft aan een pand?  


Gebiedsontwikkeling
De deelnemers praten met elkaar over de verschillende vormen van leegstandsbeheer en er worden voorbeelden gegeven van mogelijke invullingen. Aan het woord is onder andere FunUp, een adviesbureau dat zich richt op gebiedsontwikkeling. De heren van FunUp mikken op bottom up ontwikkeling. Bij deze aanpak krijgen de verschillende betrokken partijen de ruimte het proces te beïnvloeden en wordt dit niet uitsluitend door hogerhand bepaald. Volgens hen is dit betekenisvol invulling geven: wat willen de mensen die daadwerkelijk bij een gebied betrokken zijn? Deze manier van gebiedsontwikkelling brengt op de langere termijn meer rendement. Wanneer alles top down wordt geregeld, zijn bewoners of gebruikers na een paar jaar niet meer tevreden en moet er gesloopt worden. Dat kost handen vol geld. Beter zou zijn hen van meet af aan bij het proces te betrekken en met elkaar duurzame plannen te maken.

De discussie over gebiedsontwikkeling is volgens FunUp langzaam aan het veranderen. Het ging steeds uitsluitend over: hoe kunnen we een gebied ontwikkelen dat over 30 jaar nog steeds interessant is? Het nu bleef daarbij buiten beeld, terwijl dat juist zo belangrijk is! Wat kunnen we nú doen met leegstand, dat direct waardevol is?
De toekomst hoeft daarbij natuurlijk niet helemaal buiten beeld te blijven. Het faciliteren van verschillende activiteiten in een leegstaand pand, kan dienen als pilot voor een toekomstige invulling. Wat werkt in een bepaald gebied en wat niet? Waar is behoefte aan? Hoe kan daar door verschillende partijen in worden samengewerkt? Op deze manier kan leegstandsbeheer waardevolle informatie opleveren. Bovendien kan een tijdelijke invulling op een positieve manier bijdragen aan het imago van een bepaald gebied. 


Waarden
Bij gebiedsontwikkeling is sprake van verschillende waarden:

  • economische waarde
  • sociale waarde
  • maatschappelijke waarde
  • culturele waarde 

Volgens een aantal deelnemers wordt de eigenlijke waarde van een gebied bepaald door de bewoners en gebruikers ervan. De betrokkenheid van bewoners en gebruikers maakt of breekt het “succes” van een gebied. Daarom is het zo belangrijk hun participatie te stimuleren. Het is de vraag hoe dit werkt voor kantoorgebieden. Sociale, maatschappelijke en culturele waarden zijn daar over het algemeen ondergeschikt aan het economische belang. Hoe kun je een gebied dan interessant maken of veranderen? Volgens één deelnemer kan niks doen een strategie zijn. Door een gebied te laten “afsterven”, dalen de grondprijzen en wordt er ruimte op de markt gecreëerd voor nieuwe partijen. 


Antikraak
Een algemene opvatting tijdens het gesprek, is dat er aan de kant van eigenaren iets zou kunnen veranderen. Zij houden nog teveel vast aan de economische waarde van een pand en willen daarom niet afschrijven. Terwijl de prijs per vierkante vaak te hoog is en er geen huurder of koper wordt gevonden. Een leegstaand pand stroomt niet en is niet aantrekkelijk. Het inschakelen van antikraak is dan een interessante oplossing. ZZP´ers, kleine ondernemingen en creatieven kunnen het aanzien van een pand behoorlijk vergroten en zo een renderende invulling voor lange termijn genereren. 
Een bezwaar tegen de inzet van antikraak is volgens kantoorpandeigenaren, dat er hoge kosten aan verbonden zijn. Volgens ons valt dit mee. Voor het plaatsen van tijdelijke gebruikers betaalt een eigenaar niets. Energiekosten zijn bij een groot pand wel vaak voor rekening van de eigenaar. En die zullen inderdaad wat hoger uitvallen wanneer gebruik wordt gemaakt van een pand. Daar staat echter tegenover dat het pand beschermd wordt tegen de risico´s van leegstand:

  • kraken
  • vandalisme
  • onopgemerkte mankementen
  • vervuiling

Bovendien wordt de kans op herontwikkeling vergroot. Daarmee wordt de inzet van antikraak een investering voor de toekomst. De vraag is of elke partij geïnteresseerd is in het in gebruik nemen van een leegstaand kantoorpand. Het Stedelijk Museum bijvoorbeeld zal zich niet snel in Zuid-Oost vestigen, uit angst voor terugloop in de bezoekersaantallen. Tegelijkertijd zou een partij met zo´n imago en autoriteit wel heel interessant zijn voor het gebied. Hier zit dus een spanningsveld.

De inzet van antikraak kan ook in andere gevallen een oplossing zijn. Bijvoorbeeld in wijken die op de slooplijst staan. Door in dergelijke gebieden activiteiten te ontwikkelen, wordt de wijk interessant en vast een lijntje uitgelegd naar de toekomst. 


Toekomstplannen
De deelnemers vragen zich af of leegstandsbeheerders hun blik misschien moeten verleggen. Momenteel ligt de focus erg op pandeigenaren. In het huidige klimaat kan het echter functioneler zijn de mogelijkheden van een gebied voor te stellen. Het leegstandsprobleem is mogelijk gebaat bij een focus op vernieuwende, creatieve invullingen en de de waarde daarvan. Het bieden van een oplossing aan eigenaren zou daaraan dan ondergeschikt moeten zijn. De moeilijkheid hiervan is dat dit het  verdienmodel in gevaar brengt. Uiteindelijk komt een pand of ruimte immers altijd bij een pandeigenaar of opdrachtgever vandaan. Er is dus sprake van een bepaalde afhankelijkheid. Ook omdat niet iedere eigenaar elke invulling representatief acht en een project om die reden kan begrenzen.Tegelijkertijd is het voor alle betrokkenen interessant wanneer verschillende partijen met elkaar in contact komen. Leegstandsbeheerders zouden hierbij een sturende intermediërende rol op zich kunnen nemen.

Een tijdelijke invulling verandert in de praktijk nog niet vaak in een structurele oplossing. Soms gebeurt dit op kleine schaal, bijvoorbeeld wanneer een winkel die op antikraakbasis start, uiteindelijk regulier gaat huren. Het idee van de deelnemers is om binnenkort met elkaar te gaan kijken of een lange termijn ontwikkelplan te bedenken is, waarbij de verschillende expertises worden ingezet. Studentenhuisvesting zou bijvoorbeeld een interessante invulling kunnen zijn. De deelnemers verlaten de conferentie positief: de mogelijkheden zijn er, de ideeën beginnen te komen.


http://leegstandvanzaken.nl/
http://www.funup.nl/
http://zwerfkeibeheer.nl/